Vrijdagmiddag, Oslo. Welkom in de hyttekøen, oftewel de huttenfile. Deze massale trek naar de hytte – of dat nou een simpele hut zonder stroom is of een luxe villa in de bergen – is misschien niet de meest charmante, maar wel een opvallende uiting van het friluftsliv. Het vormt een komisch contrast: drukte op de weg, met als doel de rust van de natuur.
Tekst en beeld: Akke van der Meer | Leestijd: 3 minuten
De term ‘friluftsliv’ werd rond 1850 bedacht door de Noorse toneelschrijver en dichter Henrik Ibsen. Letterlijk betekent het ‘openlucht-leven’, maar die betekenis dekt niet helemaal de lading. Voor Ibsen was het friluftsliv geen sport of spel, maar meer een ‘spirituele noodzaak’ om ‘één te zijn met de natuur’. Hierbij is kos (gezelligheid) met koffie en iets lekkers minstens zo belangrijk als het buiten zijn zelf. Dit concept van recreatief tijd doorbrengen in de natuur maakt al eeuwenlang deel uit van de Noorse identiteit. En dat is niet voor niks: volgens wetenschappelijk onderzoek is friluftsliv hét geheime wapen achter het hoge gelukscijfer in Noorwegen, omdat het een positief effect heeft op zowel de fysieke als de mentale gezondheid.
Toen ik vorig jaar naar Noorwegen verhuisde, vroegen veel van mijn Nederlandse vrienden zich af: hoe ga je die donkere, koude, lange winters overleven? Natuurlijk was ik al vaker in het winterseizoen naar Noorwegen op vakantie geweest, maar een hele winter? Dat was wel iets nieuws.
Donker, koud en lang was de winter zeker. Maar het was ook een winter met genoeg sneeuw, zonnige dagen en veel tijd buiten. Langlaufen, váák langlaufen. Ik maakte ook sneeuwwandelingen en schaatste op de bevroren meren rondom Oslo. Daarnaast was er ruimte voor nieuwe hobby’s, zoals toerskiën. Het vinden van nieuwe (winter)sporten is bijna een hobby op zichzelf geworden. Enfin, dit voorjaar deden we in een weekend een route in Norefjell. Tweedehands spullen gekregen, gewoon wat proberen, buiten zijn, genieten. En dat is precies waar het friluftsliv om draait. Het hoeft niet extreem te zijn; het maakt niet uit hoe ver of hoe snel je gaat. Het gaat om de tijd nemen en genieten van wat je om je heen ziet. Daarmee kan ik oprecht zeggen dat de winters hier zo slecht nog niet zijn.
De zomer in Noorwegen is weer totaal anders dan de winter. De dagen zijn eindeloos lang; je kunt eigenlijk dag en nacht buiten zijn. Wat wil een mens nog meer? Het leukste vind ik om vrienden die op bezoek komen mee te nemen op avontuur.
Zo vertrokken we vorige zomer naar de Bitihorn in Valdres. We namen slaapspullen mee en zouden wel zien hoe de dag en nacht eruit zouden zien. Er was geen haast, want het bleef toch bijna de hele nacht licht. Uiteindelijk beklommen we de Bitihorn, daalden we af aan de andere kant en vonden we een prachtig bergmeer. Even afkoelen. Het was zo’n mooie plek dat we besloten daar te blijven, ook voor de nacht. We vulden de middag en avond met naaktzwemmen (aan te raden, zó bevrijdend), zonnen, kletsen en eten. Ik heb weliswaar geen oog dichtgedaan door een ongekende hoeveelheid muggen die toevallig allemaal mijn bloed wilden. Maar één met de natuur was ik zeker. En het was onvergetelijk!
Als ik terugkijk op mijn eerste jaar hier, begrijp ik de Noren steeds beter. Ik voel me zelfs al een beetje Noors. Eigenlijk had ik in Nederland ook al een friluftsliv. En dat is wel de kern: je hoeft niet in Scandinavië te wonen om het te ervaren.
Zie het niet als een ‘moetje’. Natuurlijk heb je niet altijd zin en is het buiten soms oncomfortabel (je deelt vast mijn haat voor muggen). Maar het friluftsliv heeft me geleerd dat de natuur je een diep gevoel van geluk en rust geeft, of dat nu een Noors bergmeer is of een Nederlands stadspark. Dus ga lekker naar buiten! Zelfs als je ervoor in de file moet staan.