MENU

De trollenkoning uitdagen op de Trollveggen

Een brutale trollenkoning daagde de zon uit. Dat moest hij duur bekopen. Hoe zal het ons vergaan nu wij hém uitdagen? In de laatste weken van de winter wagen we ons aan de beklimming van de Trollveggen.

Tekst en beeld: Aniek Lith | Leestijd: 6 minuten

Lang voordat de eerste mensen het Noorse Romsdal betraden, werden de bergen bewoond door trollen: reusachtige wezens, voortgekomen uit rots en schaduw. Rimgrå, de trollen-koning, was de grootste van allemaal.

Het is een ijzige winternacht, zo koud dat zelfs de sterren aan de hemel bevroren lijken. De rivier de Rauma lijkt zilver in het maanlicht en de stilte van de bergen echoot door het dal. Een dieprode gloed aan de horizon verraadt dat de dageraad in aantocht is.
Plotseling doet een diepe grom van Rimgrå lawines van de bergwanden razen. Zijn ogen gloeien als smeulende kolen. ‘Wat durft de zon – die ijs smelt en trollen versteent – tegen Rimgrå’s grootsheid te beginnen? Zon, laat je zien, dan zal je weten wie hier heerst!’ Langzaam wordt het licht in het Romsdal. Rusteloos kijkt Rimgrå toe hoe de eerste zonnestralen spelen op de hoogste bergtoppen. Met een donderende brul heft hij zijn armen naar de hemel en daagt de zon uit: ‘Durf mijn dal binnen te komen, en ik zal ervoor zorgen dat het hier voor altijd nacht blijft!’

Op dat moment klimt de zon over de rand van de vallei. Een kort, gespannen moment kijken Rimgrå en de zon elkaar recht in de ogen. De grootsheid van de zon verrast Rimgrå en hij beslist dat vluchten de beste uitweg is. Maar zijn voeten lijken aan de grond genageld. Een laatste brul ontsnapt uit zijn mond. In een fractie van een seconde versteent Rimgrå – hoger dan welke klif ook. Zijn reusachtige, walgelijke lijf en zijn bevroren brul veranderen in grillige pieken en overhangende wanden. Trollveggen, de trollenwand, is gevormd.

Dinsdag 3 maart: hoogmoed

Vandaag is een slecht weer dag, een ik-kom-de-portaledge-niet-uit dag. We worden wakker door het geraas van een lawine, na een stormachtige nacht waarbij de portaledges dansten op de wind. Samen met Alan en Tess hang ik aan Trollveggen, vijf touwlengtes hoog boven de grond. We hebben zeven touwlengtes geklommen gedurende negen dagen. Elf touwlengtes hebben we nog te gaan.

Trollveggen is met bijna 1100 meter de hoogste rotswand van Europa. De steilte van de wand maakt het een populaire plek voor basejumpers, alhoewel dat sinds de jaren tachtig verboden is. Klimmers laten de wand echter grotendeels links liggen. Slechte rotskwaliteit en een gebrek aan doorlopende spleten zorgen voor grote uitdagingen. Andy Kirkpatrick, dé bigwallgoeroe, beschrijft de wand als de Eiger voor bigwallklimmers, maar dan steiler en losser.

Om de kans op steenval te minimaliseren zijn we hier in de winter, in de hoop dat alles vastgevroren is. De kou is onze vriend, herinner ik mijzelf terwijl ik mijn tenen warm wrijf. Anderhalve week geleden begonnen we aan de zes uur lange aanloop met grote, zware haulbags, tassen die we tijdens het klimmen omhoog takelen. Drie keer zijn we heen en weer gelopen van de auto naar onze tent onderaan de wand, om alle klimspullen, campinguitrusting en eten voor drie weken bij het begin van de route te krijgen. We klimmen de route in capsule stijl, waarbij we touwen fixeren tussen onze kampen, en elke avond terugkeren naar ons laatste kamp. Ons eerste kamp is een tent onderaan de route, kamp twee is in de portaledge bovenaan touwlengte vijf en kamp drie hebben we gepland bovenaan touwlengte tien.

Het klimmen is technisch artificieel klimmen, met moeilijkheidsgraad A3, alhoewel waarschijnlijk lastiger in de winter. Met een snelheid van zo’n 5 meter per uur klimmen we tot het donker wordt. De rotskwaliteit was slecht de eerste touwlengtes, nu is dat gelukkig beter. De temperatuur schommelt rond de nul graden en de stormen sparen ons niet. Alles is ofwel zeiknat ofwel stijfbevroren.
Bij het omhoog klimmen van de gefixeerde touwen die we uitzetten, bungel je geheel in het luchtledige. De wand is zo steil en luchtig, mijn hoogtevrees gaat er niet zo goed op. Ik begin mij af te vragen waarom we deze uitdaging zijn aangegaan. Zijn wij niet te hoogmoedig, om deze wand te proberen? Hoe verschillen wij van Rimgrå?

Zaterdag 7 maart: hoop en droom

Scooters Can’t Stop the Hardcore schalt uit de telefoon. Gecombineerd met de verlichting van onze mini-discolamp hebben we een heuse rave in de portaledge. Een piratenvlag wappert onder de tent en langzaamaan begint het verticale leven op de overhangende wand te wennen.

De dag na de slecht-weer-vast-in-portaledge dag is het ook slecht weer, maar we voelen tijdnood door de hoeveelheid sneeuw (voor water) en eten die we mee hebben. Plus: voor mijn werk moet ik volgende week weer op kantoor zijn. In een sneeuwstorm gaan we klimmen. We gebruiken in deze route veel skyhooks en bathooks, metalen haken die we op randjes in de rots plaatsen om verder omhoog te klimmen. Maar de harde sneeuw plakt aan de rots en maakt het onmogelijk om de kleine richels en structuren te vinden. De hele dag proberen we van alles om een weg omhoog te vinden, zonder succes. Is dit het einde? Ik kijk enorm uit naar een douche, vaste grond onder mijn voeten, niet continu een gordel aan hebben, een toilet, een supermarkt vol met eten. Ik ben gedehydrateerd, moe en koud. Tegelijkertijd denk ik: zijn we hier niet juist om uit de comfortzone te stappen? We wilden een uitdaging en nu hebben we die. Is dit niet hét moment waar we alle duffe kantoordagen en de gehele voorbereiding naar verlangd hebben?

De dag erna doen we een nieuwe poging. Met een zo licht mogelijke gordel proberen we de crux opnieuw. Twee waardeloze zekeringen die we grappend ‘hoop’ en ‘droom’ noemen, weten we nu wel werkend te krijgen en een paar uur later staan we jubelend bovenaan de touwlengte. Het weer is eindelijk goed en met hernieuwde energie besluiten we een lange dag te maken. We fixeren touwen naar de richel die ons volgende kamp vormt. De klim gaat verder voor de laatste acht touwlengtes!
Helaas niet voor ons alledrie, Tess heeft een navelbreuk gekregen en we besluiten dat het het beste is om haar te laten afdalen, nu op het laatste moment waarop we nog genoeg touw hebben om beneden te komen.

Donderdag 12 maart: efficiëntie

Geschokt word ik wakker, een gigantisch vierkant dak boven mijn hoofd blokkeert al het uitzicht op de hemel waar we inmiddels drie weken onder slapen. Ik ben bang dat een groot rotsblok boven ons is losgebroken en nu vastgeklemd zit recht boven ons. Naast mij ligt Alan, net zo verward. Een ogenblik proberen we de situatie in te schatten, waarna we ons realiseren dat we tegen het plafond van de hotelkamer kijken. Bizar, hoe we ons op de veiligste nacht van het hele avontuur het onveiligst wanen.

De laatste vijf dagen slapen we weinig, in een ultieme poging boven te komen voor ons eten en water op is. De toegenomen vermoeidheid wordt gecompenseerd door verbeterde efficiëntie op de wand en de wetenschap dat het einde van de tocht nabij is. Met of zonder top, wij kijken ernaar uit om klaar te zijn. Touwlengte vijftien zou de crux van de route moeten zijn, een traverse door een lange overhangende passage en onder een grote dakformatie. Soepeltjes bewegen wij er doorheen en na de dakformatie komen we ineens in een heel ander soort terrein. Niet meer overhangend, alhoewel nog steeds verticaal, is de rots helemaal begroeid met mos. Smeltwater, ijs en spekgladde zwarte mos maken de laatste drie touwlengtes vreselijk onaantrekkelijk. Duidelijk dat de trollen zich nog niet gewonnen geven.

In de laatste touwlengte vlieg ik ineens 10 meter door de lucht, de kleine birdbeak, de zekering waarin ik hing heeft het begeven. Gelukkig is het een vrije val. Mijn nieuwe oplossing met skyhooks lijkt te werken. Dit deel van artificieel klimmen is genieten voor mij: je bent continu bezig met oplossingen vinden voor de moeilijkheden die de rots je geeft. Puzzelend vind ik een weg omhoog en met het laatste daglicht komen we boven. Euforie blijft uit, we eten een topkoekje en verschuiven de focus naar de afdaling, die complex is door de vele traverses en het overhangende terrein van de route.

Twee dagen later zijn we terug bij de auto, met al onze spullen plus zo’n 15 kilogram aan oude touwen en ander afval dat we uit de wand geplukt hebben. Een journalist van het Noorse nieuws staat ons op te wachten. Blijkbaar heeft hij ons de hele beklimming gevolgd en enthousiast vertelt hij dat dit de eerste vrouwelijke winterbeklimming van de wand is. Moe poseer ik voor een foto, waarna het eindelijk tijd is voor een douche! Terwijl alle viezigheid wegstroomt met het warme water, voel ik trots opborrelen. Met deze beklimming hebben we onze vaardigheden, ons doorzettingsvermogen en onze vriendschap kunnen testen en verder ontwikkeld. En wat maakt ons nu anders dan Rimgrå? Genoeg stof om over na te denken. Voor nu denk ik dat wij niet de trollen uitdaagden, maar puur onszelf. Daarbij hebben de trollen ons juist goed geholpen!

Terug naar overzicht