Programma: eind van deze fase instroom in een TOC
In de tweede fase, Technisch vaardig klimmen, worden de eerste basistechnieken van het wedstrijdklimmen aangeleerd en worden motorische vaardigheden verder ontwikkeld. In de leeftijd van circa 8 tot 12 jaar, een periode die wordt gekenmerkt door sterke groei en leerbaarheid, wordt in lijn met het Athletic Skills Model een sensitieve fase voor de trainbaarheid van coördinatie en vaardigheden onderscheiden. Dit maakt deze periode bijzonder geschikt voor het aanleren van klimtechnieken (Wormhoudt et al., 2012).
Bij het aanleren van de basistechnieken ligt de nadruk op variatie en plezier. Wat betreft prestatiegedrag moet er rekening worden gehouden met verschillende transitiefases die de klimmer rond de 12-jarige leeftijd doormaakt, zoals de overgang van primair onderwijs naar secundair onderwijs. In deze fase maken klimmers ook kennis met wedstrijdklimmen, zoals De Series, en wordt het nog steeds aangeraden om andere sporten te beoefenen die motorisch gerelateerd zijn aan de klimsport.
De kalenderleeftijdsrange van de (wedstrijd)klimmers in deze fase is 8 tot 12 jaar. Aan het eind van deze fase vindt talent identificatie plaats.
In de fase Technisch vaardig klimmen zijn de volgende uitgangspunten belangrijk:
In onderstaande afbeelding is te zien dat de klimmers richting een eerste transitie of verandering van context groeien. Deze verandering neemt een aantal vereiste competenties met zich mee die (wedstrijd)klimmers op voorhand aangereikt en aangeleerd krijgen. Belangrijke transities aan het einde van deze fase of in de volgende fase zijn bijvoorbeeld de overgang van de basisschool naar het middelbaar onderwijs en de overgang van het kind-zijn naar de pubertijdfase.
Overzicht van de holistische ontwikkeling van de sporter gedurende de sportcarrière (Wylleman et al., 2011)
In onderstaande tabel staan de doelstellingen voor de leerlijn prestatiegedrag tijdens de fase Technisch vaardig klimmen.
|
Doelstellingen Prestatiegedrag Fase: Technisch vaardig klimmen |
|
| Leerdoelen | Competenties |
|
De klimmer gaat geconcentreerd aan het werk, ook wanneer iets niet meteen lukt of een oefening niet leuk vindt. |
Aandacht richten |
|
De klimmer haalt vertrouwen uit succesvolle ervaringen.
De klimmer weet wat deze goed kan en durft dit uit te spreken. |
Zelfvertrouwen |
|
De klimmer herkent welke gedachten er in een situatie speelden en begrijpt waarom die gedachten ontstonden. |
Reflecterend vermogen |
|
De klimmer denkt na over zijn eigen prestaties en kan vragen beantwoorden als:
Hoe heb ik het ervan afgebracht?
Wat zou ik de volgende keer anders kunnen doen? |
Reflecterend vermogen |
|
De klimmer laat zien dat deze het gedrag wil aanpassen in moeilijke situaties. |
Aanpassingsvermogen |
|
Wanneer iets niet lukt, kan de klimmer zich weer snel motiveren om door te gaan en het opnieuw te proberen, al dan niet met hulp van de trainer-coach. |
Doorzettingsvermogen |
|
De klimmer herkent en begrijpt wanneer iets een probleem is en denkt na over mogelijkheden om dit op te lossen. |
Probleemoplossend vermogen |
|
De klimmer maakt een inschatting van de tijd die nodig is om een doel te bereiken.
De klimmer maakt een inschatting van de beste manier om de tijd in te delen om een deadline te halen. |
Plannen |
|
De klimmer zoekt uit wat er wordt verwacht en welke stappen nodig zijn om dat te bereiken.
De klimmer kan uitleggen waar deze mee bezig is, wat deze wil leren en waarom.
De klimmer heeft het geduld om de stappen of taken uit te voeren die nu nodig zijn. |
Procesgericht werken |
Kennis nemen van gezonde basisvoeding zoals bijvoorbeeld de Schijf van Vijf van het voedingscentrum staat centraal.
Zorg voor voldoende slaap, namelijk 10 tot 11 uur per dag. Dit ondersteunt het groeiproces. Gewoonlijk gaan kinderen tussen 19.30 en 21.00 uur naar bed en worden tussen 6.00 en 8.00 uur weer wakker.
In de fase Technisch vaardig klimmen staat het uitgangspunt centraal dat er gewerkt wordt aan een sportklimaat waarin iedere sporter op een plezierige manier leert, groeit en zich ontwikkelt als sporter en als mens in een veilige omgeving. Daarbij is er oog voor het feit dat iedere sporter zich in een eigen tempo ontwikkeld en wordt er aangesloten bij de pedagogische basisbehoeften van de sporter.
In deze fase is het leren vooral gericht op het ontwikkelen van een eigen sociale identiteit en het leren omgaan met groepsdynamiek.
Kennis en vaardigheden worden in de praktijk aangereikt door trainers-coaches en ouders/verzorgers zonder dat de sporter daadwerkelijk scholing of training op deze thema’s hoeft te volgen.
|
Doelstellingen Eerlijke, veilige en schone sport Fase: Technisch vaardig klimmen |
||
|
Leerdoel Veilige sport |
Trainingsvormen |
Tijdspad |
|
De klimmer leert om te gaan met verschillen binnen de groep en de eigen positie daarin. |
In deze leeftijdsfase vindt leren spelenderwijs plaats en is specifieke scholing of training op dit thema nog niet nodig.
Algemeen: Goed voorbeeld doet goed volgen! |
Aan begin van het seizoen gedragsregels afspreken en minimaal 1 keer in het seizoen in een bijeenkomst met de (training) groep op reflecteren. De trainer/ouder/verzorger is essentieel in het uitdragen en handhaven van de veilige sport. Aan het begin van het seizoen een ouderavond en trainersbijeenkomst over:
Vertrouwenscontactpersoon (VCP) stelt zich voor en legt rol uit en bespreekt de mogelijkheden voor bespreken en melden ongewenst/grensoverschrijdend gedrag.
|
|
De klimmer leert wat gewenst gedrag is. |
||
|
Leerdoel Schone sport |
N.v.t. |
|
|
Leerdoel Eerlijke sport |
N.v.t. |
|
In de fase Technisch vaardig klimmen vormen boulder- en klimhallen de centrale leer- en ontwikkelomgeving voor jonge klimmers. Hier worden de eerste basistechnieken van het wedstrijdklimmen aangeleerd en worden motorische vaardigheden, met name coördinatie en bewegingsgevoel, verder ontwikkeld binnen een veilige en stimulerende omgeving waarin plezier centraal staat.
Een belangrijke rol van de boulder- en klimhallen is het motiveren van kinderen om deel te nemen aan wedstrijden, zowel binnen de eigen hal als aan De Series. Deze wedstrijden worden afgestemd op het ontwikkelingsniveau en de beleving van het kind en bieden een laagdrempelige kennismaking met het wedstrijdklimmen, waarbij plezier en leerervaringen vooropstaan.
Aan het einde van deze fase dragen de hallen bij aan het signaleren van talent en het begeleiden van klimmers en hun ouders richting een mogelijke instroom in een Talent Opleidingscentrum (TOC). Hiermee fungeren de hallen als een essentiële schakel tussen klimmers, trainers en ouders.
De trainingen worden verzorgd door gediplomeerde klimtrainers die zorgen voor leeftijdsgerichte en pedagogisch verantwoorde begeleiding.
De rol van de ouders/verzorgers voor de fase Technisch vaardig klimmen is als volgt:
De NKBV heeft een rol in de ontwikkeling van jonge talentvolle klimmers richting de top. In de fase Technisch vaardig klimmen is deze rol als volgt:
De (wedstrijd) klimmer volgt in de fase Technisch vaardig klimmen het regulier basisonderwijs of maakt de stap naar het middelbaar onderwijs.
De voordelen van de Topsport Talentscholen ten opzichte van regulier onderwijs zijn: